DP-900 is een fundamentals-examen binnen Microsofts role-based certificeringsmodel voor kandidaten die Azure-datadiensten willen begrijpen voordat zij zich specialiseren in analyse, data engineering of databasebeheer.
Azure Data Fundamentals (DP-900) toetst vooral of iemand kernbegrippen rond data, cloudservices en Microsoft Azure correct kan herkennen en toepassen in scenario’s. Het examen is daardoor relevant voor business-analisten, junior data engineers, databasebeheerders en IT-professionals die met Azure SQL Database, Azure Cosmos DB, Azure Synapse Analytics of Power BI te maken krijgen, maar nog geen diep implementatie-examen nodig hebben.
Laatst bijgewerkt: juli 2026. Controleer vóór registratie altijd de officiële DP-900-examenpagina en de sectie “skills measured” op Microsoft Learn. Microsoft kan examendoelen, talen, aanbiedingsvormen en beleid rond online of testcentrumafname aanpassen zonder dat oudere studiegidsen dit direct weerspiegelen.
DP-900 is een fundamentals-examen. Het verwacht dat kandidaten begrippen als relationele data, niet-relationele data, analytische workloads, batchverwerking, streaming en visualisatie kunnen plaatsen binnen Azure-diensten. Het gaat minder om het configureren van complexe productieomgevingen en meer om het kiezen van het juiste type oplossing voor een gegeven probleem.
Dat onderscheid is belangrijk tijdens de voorbereiding. Een kandidaat hoeft voor DP-900 geen performance-tuning van queryplannen, geavanceerde beveiligingsarchitectuur of volledige data pipelines te ontwerpen. Wel moet die kandidaat herkennen wanneer Azure SQL Database past bij transactionele workloads, wanneer Azure Cosmos DB geschikt kan zijn voor wereldwijd gedistribueerde NoSQL-toepassingen en wanneer Azure Synapse Analytics of Power BI een rol speelt in analyse en rapportage.
Een veelgemaakte verkeerde leerfocus is om elke Azure-datadienst als een database te behandelen. Azure SQL Database ondersteunt relationele OLTP-scenario’s en klassieke CRUD-bewerkingen. Azure Synapse Analytics hoort primair bij analytische workloads, zoals SQL pools, Spark, pipelines en datawarehousing, en is geen standaardkeuze voor transactionele CRUD-applicaties.
De examendoelen zijn het beste te begrijpen vanuit het soort werk dat data in een organisatie doet. Operationele systemen leggen transacties vast, analytische systemen beantwoorden vragen over patronen en trends, en streamingoplossingen verwerken gebeurtenissen terwijl ze binnenkomen. DP-900 gebruikt scenario’s om te toetsen of kandidaten die verschillen herkennen.
Bij kerngegevens gaat het om het onderscheid tussen gestructureerde, semi-gestructureerde en ongestructureerde data. Een klantentabel met kolommen voor naam, factuuradres en klantnummer is gestructureerd. Een JSON-document met wisselende eigenschappen is semi-gestructureerd. Afbeeldingen, vrije tekst en mediabestanden vallen vaker onder ongestructureerde data. Het examen vraagt zelden om definities zonder context; meestal moet de kandidaat begrijpen welk datamodel bij een behoefte past.
| Workload | Typische Azure-service | Waarop DP-900 let |
|---|---|---|
| Relationeel en transactioneel | Azure SQL Database | Tabellen, sleutels, transacties, SQL en OLTP |
| Niet-relationeel | Azure Cosmos DB | Documenten, API-keuzes, partitionering en consistentieconcepten |
| Analytics en datawarehousing | Azure Synapse Analytics | OLAP, grootschalige analyse, pipelines, SQL pools en Spark |
| Rapportage en visualisatie | Power BI | Datasets, rapporten, dashboards, Power BI Desktop en Power BI Service |
Relationele gegevens komen terug in onderwerpen als tabellen, primaire sleutels, vreemde sleutels, normalisatie op hoofdlijnen en SQL-query’s. Kandidaten moeten vooral begrijpen waarom relationele databases goed passen bij consistente transacties, bijvoorbeeld orders, facturen of klantgegevens. Wie die scenario’s kan herkennen, beantwoordt examenvragen vaak sneller dan iemand die alleen productnamen uit het hoofd leert.
Niet-relationele gegevens vragen om een andere manier van denken. Azure Cosmos DB kan meerdere gegevensmodellen en API’s ondersteunen, maar DP-900 verwacht vooral begrip van NoSQL-concepten, schaalbaarheid, partitionering en het idee dat consistentie in gedistribueerde systemen een bewuste keuze is. Een typische misser is om Cosmos DB alleen te zien als “een database zonder tabellen”, terwijl de service juist vaak wordt gekozen vanwege lage latentie, distributie en flexibele schema’s.
Analytics-workloads draaien om vragen als: wat gebeurde er, waarom gebeurde het en welke trends zijn zichtbaar? Azure Synapse Analytics, Azure Data Lake Storage, Azure Databricks-concepten en Power BI kunnen in dit domein voorkomen. Voor Power BI is het nuttig om Power BI Desktop, Power BI Service en een gateway niet door elkaar te halen. Desktop is vooral de ontwikkelomgeving voor rapporten, de Service is de cloudomgeving voor publiceren en delen, en een gateway helpt bij verbinding met bepaalde on-premises databronnen.
Voor DP-900 zijn er geen formele vereisten. Eerdere ervaring met databases, Excel, rapportage of cloudbegrippen helpt, maar het examen is bedoeld als instapniveau. Kandidaten doen er verstandig aan eerst de officiële Microsoft Learn-examenpagina te controleren, omdat daar de actuele examendoelen, beschikbare talen, afnamemogelijkheden en eventuele wijzigingen worden gepubliceerd.
De registratie verloopt via de Microsoft-certificeringsomgeving, waarna kandidaten afhankelijk van de beschikbaarheid worden doorgestuurd naar een examenaanbieder zoals Pearson VUE of Certiport. Wie een praktische uitleg van het boekingsproces nodig heeft, kan de stappen vergelijken met het algemene DP-900 Azure Data Fundamentals-traject, maar de officiële Microsoft-omgeving blijft leidend voor datum, locatie, online afname en beleidsvoorwaarden.
Op de examendag is een rustige strategie belangrijker dan snelheid alleen. Kandidaten moeten elke vraag beantwoorden, omdat onbeantwoorde vragen geen voordeel opleveren. Bij twijfel helpt het om onwaarschijnlijke opties te schrappen, de vraag te markeren als het platform dit aanbiedt en aan het einde terug te keren naar gemarkeerde items. Vooral scenario-items worden eenvoudiger wanneer de kandidaat eerst vaststelt of het probleem transactioneel, analytisch, niet-relationeel of event-driven is.
Een effectief plan combineert lezen, korte labs en herhaling. Alleen flashcards gebruiken leidt vaak tot herkenning van termen zonder begrip van scenario’s. Alleen labs doen kan juist gaten laten in begrippen zoals OLTP, OLAP, consistentie of visualisatiecomponenten. De beste voorbereiding wisselt beide vormen af en voegt oefenvragen onder tijdsdruk toe.
Een planning van twee tot drie weken is voor veel kandidaten haalbaar wanneer zij al enige IT- of data-ervaring hebben. Beginners kunnen dezelfde volgorde gebruiken, maar doen er goed aan meer tijd te besteden aan basisbegrippen voordat zij oefenvragen maken. Een korte begeleide training kan nuttig zijn om losse kennis te consolideren; Readynez biedt hiervoor een Microsoft Azure-leerroute waarin DP-900 als fundament past.
Praktijkervaring hoeft voor DP-900 niet groot of duur te zijn. Het doel is niet om een productieplatform te bouwen, maar om begrippen zichtbaar te maken. Microsoft Learn-sandboxen en een Azure-free-account kunnen daarbij helpen, zolang kandidaten na afloop controleren welke resources zijn aangemaakt en deze opruimen wanneer dat nodig is.
Een eerste lab kan bestaan uit het bekijken van een relationele tabel in Azure SQL Database of een vergelijkbare SQL-omgeving. Maak een eenvoudige tabel met klanten of orders, voer een SELECT-query uit en let op hoe rijen, kolommen, sleutels en relaties samenwerken. De leerwaarde zit in het herkennen van OLTP: kleine, consistente transacties waarbij gegevens betrouwbaar moeten worden vastgelegd.
Een tweede lab kan zich richten op Azure Cosmos DB-concepten. Bekijk hoe een JSON-document verschilt van een rij in een relationele tabel en waarom partitionering relevant wordt zodra data groeit of geografisch wordt verdeeld. Kandidaten hoeven niet elk API-detail te beheersen, maar moeten begrijpen dat documentmodellen en consistentiekeuzes invloed hebben op ontwerpbeslissingen.
Een derde lab kan een klein analytisch scenario gebruiken. Laad of bekijk voorbeelddata, verken hoe een rapport in Power BI wordt opgebouwd en vergelijk dat met het doel van Azure Synapse Analytics voor grootschaligere analyse. Dit maakt het verschil zichtbaar tussen een systeem dat transacties verwerkt en een systeem dat data analyseert voor rapportage of besluitvorming.
Scenario-oefening is nuttig omdat DP-900 vaak toetst of de kandidaat de dienstkeuze begrijpt. De exacte examenvragen zijn niet openbaar en mogen niet worden gereproduceerd, maar representatieve oefenscenario’s helpen om denkfouten te voorkomen.
Een webwinkel moet bestellingen vastleggen, voorraad bijwerken en betalingen koppelen aan klantrecords. De toepassing vereist consistente transacties en gebruikt SQL-query’s. De meest logische Azure-dienst is Azure SQL Database, omdat het scenario relationeel en transactioneel is. Azure Synapse Analytics klinkt aantrekkelijk door het woord analytics, maar is hier niet de primaire keuze voor dagelijkse CRUD-transacties.
Een applicatie slaat productgegevens op waarbij eigenschappen per productcategorie sterk verschillen. Sommige producten hebben afmetingen, andere technische specificaties of seizoenskenmerken. Azure Cosmos DB kan in zo’n scenario passen omdat documentdata een flexibel schema ondersteunt. Een veelgemaakte fout is om automatisch voor relationeel te kiezen zodra data “belangrijk” is; de vraag gaat hier vooral over gegevensvorm en schaalbaarheidspatroon.
Een organisatie wil verkooptrends per regio tonen in interactieve dashboards voor managers. Power BI is hier de herkenbare visualisatielaag, terwijl onderliggende data uit verschillende bronnen kan komen. Kandidaten moeten daarbij Power BI Desktop, de Power BI Service en eventuele gateways functioneel kunnen onderscheiden, omdat examenvragen regelmatig op componentkeuze draaien.
De eerste fout is productnamen leren zonder workload-denken. Kandidaten die eerst bepalen of een scenario relationeel, niet-relationeel, analytisch of streaming is, komen meestal sneller bij de juiste dienst uit. Het examen beloont begrip van positionering meer dan memorisatie van portaalmenu’s.
De tweede fout is te diep duiken in implementatiedetails. DP-900 is geen vervanging voor rolgerichte examens zoals DP-203 of PL-300. Geavanceerde data-engineering, DAX-optimalisatie, Spark-tuning of complexe beveiligingsimplementaties kunnen nuttig zijn in het werk, maar vormen niet de kern van dit fundamentals-examen.
De derde fout is oefenvragen zonder nabespreking maken. Een score zegt weinig wanneer de kandidaat niet weet waarom een afleider fout was. Besteed daarom tijd aan het formuleren van de regel achter elk antwoord, bijvoorbeeld: “Azure SQL Database voor OLTP”, “Synapse voor analytics” of “Power BI voor visualisatie en rapportage”.
DP-900 is geen formele prerequisite voor vervolgc ertificeringen, maar het geeft wel een bruikbaar fundament. Kandidaten die rapporten bouwen, datamodellen analyseren en met stakeholders werken, kunnen zich daarna oriënteren op PL-300, de Power BI Data Analyst Associate-route. Kandidaten die data pipelines ontwerpen, data lakes gebruiken en transformaties bouwen, komen eerder uit bij DP-203, de Azure Data Engineer Associate-route.
Vanuit werkperspectief draait de keuze om dagelijkse verantwoordelijkheden. Een analist moet kunnen uitleggen waarom een visualisatie betrouwbaar is, hoe data wordt gemodelleerd en hoe gebruikers inzichten consumeren. Een data engineer moet begrijpen hoe data wordt ingelezen, opgeslagen, getransformeerd en beschikbaar gemaakt voor analyse. DP-900 helpt beide rollen doordat het de gemeenschappelijke taal rond Azure-data legt.
De waarde van DP-900 zit in het leren herkennen van datapatronen. Wie na de voorbereiding kan uitleggen waarom een workload relationeel, analytisch, NoSQL of streaming is, heeft meer geleerd dan alleen examenstof. Die vaardigheid maakt gesprekken met ontwikkelaars, analisten, architecten en beheerders praktischer.
Een logische volgende stap is het combineren van officiële Microsoft Learn-bronnen met korte labs en gerichte oefenvragen. Wie meerdere Microsoft-certificeringen overweegt, kan het Unlimited Microsoft Training-aanbod bekijken; wie vooral wil bespreken welk pad past bij een rol of team kan contact opnemen met Readynez.
Een goede voorbereiding begint met de officiële DP-900-skills op Microsoft Learn. Daarna is het verstandig om per domein korte leermodules te volgen, eenvoudige labs te doen en scenario-oefenvragen te maken. De nadruk moet liggen op begrip van workloads en dienstkeuze, niet alleen op het onthouden van definities.
Microsoft Learn is de belangrijkste bron voor actuele examendoelen en gratis leermodules. Aanvullende oefentoetsen, trainingen en labs kunnen nuttig zijn, mits zij aansluiten op de actuele “skills measured” en geen verouderde productinformatie gebruiken.
Ja. Kandidaten moeten begrijpen waarvoor deze diensten worden gebruikt en hoe zij van elkaar verschillen. Azure Cosmos DB hoort bij niet-relationele scenario’s, Azure Synapse Analytics bij analytische workloads, en Power BI bij rapportage en visualisatie.
Er zijn officiële en externe oefenmogelijkheden beschikbaar, maar de kwaliteit verschilt. Het belangrijkste is dat oefenvragen scenario’s uitleggen en duidelijk maken waarom afleiders fout zijn. Vragen die alleen productnamen laten raden, bereiden minder goed voor op het echte examen.
DP-900 meet basiskennis van dataconcepten en Azure-dataservices. Daaronder vallen relationele data, niet-relationele data, analytische workloads, gegevensvisualisatie en algemene begrippen rond verwerking, opslag en beveiliging. Controleer de officiële Microsoft Learn-examenpagina voor de actuele domeinindeling.
Krijg onbeperkte toegang tot ALLE LIVE Microsoft-cursussen onder leiding van een instructeur die u wilt - allemaal voor de prijs van minder dan één cursus.
U bekijkt onze Netherlands (EUR) site van United States
Wilt u de site bekijken in
English
met prijzen in
Dollar?