AZ-104 is de Microsoft Certified Azure Administrator-certificering voor professionals die Azure-omgevingen beheren, bewaken en onderhouden. Voor IT-teams in België en Nederland gaat het vaak om system engineers, infrastructuurbeheerders en cloudbeheerders die doorgroeien van on-premises beheer naar hybride of cloud-first beheer.
Laatst bijgewerkt: 2026. De inhoud is afgestemd op de actuele AZ-104-examendomeinen zoals Microsoft die beschrijft in de officiële examinformatie en de bijhorende skills measured. Readynez verwijst daarbij naar officiële Microsoft-bronnen, maar de praktische waarde zit vooral in het vertalen van die domeinen naar beheerwerk dat in productieomgevingen voorkomt.
Een Azure Administrator implementeert, beheert en bewaakt Azure-resources. De rol raakt aan identiteiten, governance, opslag, virtuele machines, virtuele netwerken, back-up, herstel en monitoring. Dat maakt AZ-104 duidelijk anders dan een ontwikkelcertificering zoals AZ-204, waar applicatieontwikkeling centraal staat, en anders dan AZ-305, waar architectuurbeslissingen en ontwerpkeuzes zwaarder wegen.
In de praktijk betekent dit dat een Azure Administrator bijvoorbeeld RBAC-rollen toekent, Azure Policy gebruikt om standaarden af te dwingen, een VNet segmenteert met NSG’s, opslagredundantie kiest, virtuele machines beheert en waarschuwingen in Azure Monitor configureert. Microsoft gebruikt sinds de naamswijziging Microsoft Entra ID voor wat veel beheerders nog Azure Active Directory of Azure AD noemen. In examenvragen en werkomgevingen kunnen beide termen nog opduiken, maar het concept blijft identiteits- en toegangsbeheer voor cloud- en hybride scenario’s.
Wie twijfelt tussen certificeringsroutes kan een eenvoudige vraag stellen: draait het gewenste werk vooral om dagelijkse exploitatie van Azure-resources, dan past AZ-104 meestal beter. Draait het om code, API’s, app services en ontwikkelworkflows, dan ligt AZ-204 meer voor de hand. Gaat het vooral om ontwerp, migratiestrategie, governance-architectuur en technische besluitvorming op hoger niveau, dan hoort AZ-305 eerder in beeld. Een breder overzicht van Microsoft Azure certificeringen kan helpen om die route in context te plaatsen.
Voor AZ-104 is er geen formele verplichte prerequisite die men eerst moet behalen. Dat betekent niet dat het examen instapniveau is. Kandidaten hebben voordeel wanneer ze al begrijpen hoe servers, netwerken, identity services en back-up werken, zeker in hybride organisaties waar on-premises infrastructuur naast Azure blijft bestaan.
Goede voorbereiding begint met vertrouwdheid met virtualisatie, DNS, TCP/IP, VPN’s, firewalls, Active Directory-concepten, herstelprocedures en operationele monitoring. Azure AD Connect, tegenwoordig binnen de Microsoft Entra-familie geplaatst, blijft in veel ondernemingen relevant omdat identiteiten vaak gesynchroniseerd worden tussen on-premises Active Directory en Microsoft Entra ID. Wie dat verband niet begrijpt, mist snel nuance in vragen over gebruikers, groepen, rollen en toegangsbeheer.
Een vaak gemaakte fout is om te veel tijd te steken in programmeren, T-SQL of algemene database-optimalisatie. Die kennis kan nuttig zijn in sommige functies, maar AZ-104 meet vooral beheercompetenties. De valkuilen zitten eerder in verkeerde role assignments, onduidelijke PIM-configuratie, verwarring tussen LRS, ZRS en GRS, verkeerd toegepaste NSG’s en UDR’s, ontbrekende tagging, geen budgetten of Advisor-controles, en waarschuwingen die nooit naar Log Analytics of een actiegroup leiden.
De officiële examendomeinen draaien rond vijf grote gebieden: identities en governance beheren, storage implementeren en beheren, compute-resources implementeren en beheren, virtual networking configureren en beheren, en resources monitoren en onderhouden. Die indeling is nuttig, maar alleen als men ze vertaalt naar handelingen die een beheerder uitvoert.
Bij identities en governance gaat het bijvoorbeeld om gebruikers, groepen, RBAC, Azure Policy, locks en tags. Bij storage gaat het om storage accounts, toegang, redundantie, lifecycle-beheer en beveiligde toegang via shared access signatures. Bij compute komen virtuele machines, schaalbaarheid, containers en appservices voorbij. Networking omvat VNets, subnets, NSG’s, route tables, peering, DNS en connectiviteit met on-premises netwerken. Monitoring gaat over Azure Monitor, alerts, Log Analytics, dashboards en herstelacties.
Een goede manier om dit te leren is per domein één realistisch beheerscenario te bouwen. Maak bijvoorbeeld een resource group voor een fictieve applicatie, wijs minimale rechten toe aan een beheerder, dwing tags af via Azure Policy, plaats een VM in een subnet met een NSG, configureer back-up en maak daarna een alert op CPU, beschikbaarheid of mislukte back-uptaken. Dit voelt trager dan alleen documentatie lezen, maar het maakt examenvragen herkenbaarder omdat dezelfde afhankelijkheden terugkomen.
AZ-104 beloont kandidaten die weten wat een instelling doet, waar die wordt toegepast en welke afhankelijkheden bestaan. Alleen door het Azure-portaal klikken is daarvoor meestal onvoldoende. Combineer portaalstappen met Azure CLI of PowerShell, zodat duidelijk wordt welke resource, scope en permissie precies gewijzigd wordt.
Een nuttig lab is het toekennen van een beperkte rol op resource group-niveau. Daarmee wordt zichtbaar dat RBAC niet hetzelfde is als directoryrollen in Microsoft Entra ID. Directoryrollen bepalen wat iemand in de tenant of identitylaag mag doen, terwijl Azure RBAC bepaalt welke acties iemand op Azure-resources mag uitvoeren.
Gebruik het onderstaande voorbeeld alleen in een testabonnement of sandbox. Het doel is om het verschil tussen scope en role assignment concreet te maken, niet om rechten breed uit te delen.
az group create --name rg-az104-lab --location westeurope
az ad group create \
--display-name az104-storage-operators \
--mail-nickname az104storageops
GROUP_ID=$(az ad group show \
--group az104-storage-operators \
--query id \
--output tsv)
SCOPE=$(az group show \
--name rg-az104-lab \
--query id \
--output tsv)
az role assignment create \
--assignee "$GROUP_ID" \
--role "Storage Account Contributor" \
--scope "$SCOPE"
Dit lab maakt duidelijk dat de gekozen scope bepaalt waar de rechten gelden. Controleer daarna in het portaal of de assignment zichtbaar is op de resource group en test met een gebruiker die lid is van de groep welke acties wel en niet toegelaten zijn.
Voor networking is een vergelijkbaar lab mogelijk met een VNet, subnet, NSG en user-defined route. Het belangrijkste leermoment is dat NSG’s verkeer toestaan of blokkeren op subnet- of NIC-niveau, terwijl route tables bepalen langs welk pad verkeer loopt. Kandidaten verwarren die twee geregeld, vooral in scenario’s met peering, VPN, Azure Firewall of network virtual appliances.
Storagevragen in AZ-104 lijken soms technisch klein, maar ze draaien vaak om beschikbaarheid, toegang en herstel. Het verschil tussen lokaal redundante opslag, zone-redundante opslag en geo-redundante opslag is niet alleen een definitie. Het bepaalt wat er gebeurt bij een storing in een datacenter, zone of regio en welke kosten en herstelopties daarbij horen.
Ook caching en prestatiegedrag verdienen aandacht, vooral wanneer applicaties afhankelijk zijn van storage en disks. De Microsoft Learn-module over caching en performance voor Azure Storage en disks is nuttig als achtergrond, zolang men dit koppelt aan beheertaken zoals monitoring, capaciteit, toegangsbeheer en herstel.
Back-up en disaster recovery horen eveneens in een praktisch lab thuis. Configureer Azure Backup voor een VM, voer een testrestore uit en bekijk welke policies, retention-instellingen en recovery points beschikbaar zijn. Wie Azure Site Recovery oefent, leert bovendien dat replicatie, failover en failback operationele processen zijn. In ondernemingen spelen change management, onderhoudsvensters en communicatie minstens zo sterk mee als de technische configuratie.
Een eenvoudige PowerShell-controle kan helpen om resources zonder verplichte tags op te sporen. Dit is geen vervanging voor Azure Policy, maar het toont waarom governance controleerbaar moet zijn.
Connect-AzAccount
Set-AzContext -Subscription "az104-lab-subscription"
Get-AzResource |
Where-Object { -not $_.Tags.ContainsKey("CostCenter") } |
Select-Object Name, ResourceGroupName, ResourceType, Location
De uitkomst laat zien waar tagging ontbreekt. In een productieomgeving hoort dit opgevolgd te worden met Azure Policy, duidelijke naamgevingsafspraken en budgetbewaking, zodat kostenbeheer niet pas aan het einde van de maand zichtbaar wordt.
Monitoring wordt vaak te laat in de voorbereiding behandeld. Dat is jammer, omdat Azure Monitor, Log Analytics, alerts en dashboards de beheerrol goed samenvatten: een administrator moet niet alleen resources maken, maar ook zien of ze gezond, veilig en kostenefficiënt blijven.
In een degelijk lab hoort daarom een alertregel op een VM, storage account of back-upstatus. Stel een action group in, bekijk de signalen die beschikbaar zijn en controleer of de alert afgaat onder de juiste voorwaarden. Koppel dit aan Log Analytics om te begrijpen wanneer metrics volstaan en wanneer logs nodig zijn voor onderzoek.
Kostenbeheer is even belangrijk. Tags, budgets, Azure Advisor-aanbevelingen en resource locks zijn geen randonderwerpen. Ze komen terug in realistische beheeromgevingen waar meerdere teams resources aanmaken. Een administrator die alleen weet hoe een VM wordt uitgerold, maar niet hoe ongecontroleerde groei wordt voorkomen, mist een belangrijk deel van de rol.
Microsoft positioneert Azure breder als cloudplatform voor groei en partnerecosystemen, zoals ook blijkt uit deze oudere Azure-blog over het Microsoft-cloudplatform. Voor AZ-104 is de nuttige les daaruit niet een marketingclaim, maar de realiteit dat beheerders vaak werken in omgevingen met meerdere workloads, stakeholders en governance-eisen.
AZ-104-vragen zijn vaak scenario-gedreven. Een vraag beschrijft een bestaande configuratie, een doel en enkele beperkingen. Kandidaten die te snel naar het antwoord springen, missen geregeld woorden als least privilege, minimize administrative effort, existing resources, region, subscription of resource group.
Een praktische examengewoonte is om eerst het doel en de beperking te markeren, daarna pas de antwoordopties te vergelijken. Bij identityvragen moet men letten op het verschil tussen Microsoft Entra-rollen, Azure RBAC en Privileged Identity Management. Bij netwerkvragen helpt het om subnet, NSG, route table en peering afzonderlijk te beoordelen. Bij storagevragen is het verstandig om eerst te bepalen of de vraag over beschikbaarheid, toegangsbeheer, performance of kosten gaat.
Tijdbeheer is eveneens een vaardigheid. Casusvragen kunnen veel informatie bevatten; sommige kandidaten doen ze liever eerst wanneer hun concentratie hoog is, anderen markeren ze en keren later terug. Welke aanpak men ook kiest, het is belangrijk om vragen niet onnodig lang open te laten. Gebruik mark-for-review bewust voor twijfelgevallen, niet voor elke vraag die complex oogt.
Gestructureerde voorbereiding kan helpen wanneer labs, uitleg en examengerichte oefening samenkomen. De Microsoft Azure Administrator training van Readynez is één optie voor kandidaten die begeleid willen oefenen met de onderwerpen die in AZ-104 terugkomen.
Er is geen verplicht voorafgaand examen dat men moet behalen voordat men AZ-104 aflegt. Praktische ervaring met Azure-beheer, netwerken, identity, virtualisatie, back-up en monitoring maakt de voorbereiding wel aanzienlijk realistischer.
De officiële AZ-104-examensectie op Microsoft Learn bevat de actuele examendetails en de skills measured. Gebruik die informatie als primaire bron voor de domeinen en controleer ze kort voor het boeken van het examen, omdat Microsoft examendoelen kan aanpassen.
Microsoft role-based certificeringen hebben een verlengingsproces via Microsoft Learn. Controleer de certificeringspagina in het eigen Microsoft Learn-profiel voor de actuele status, verlengingsperiode en beschikbare renewal assessment.
Rescheduling verloopt via de exam provider of het Microsoft-certificeringsdashboard waarmee de afspraak werd geboekt. De voorwaarden kunnen afhangen van timing en provider, dus controleer die regels voordat de oorspronkelijke examendatum dichtbij komt.
AZ-104 is waardevol wanneer de voorbereiding verder gaat dan examenvragen herkennen. De sterkste kandidaten bouwen kleine omgevingen, breken ze gecontroleerd af, herstellen fouten en kunnen uitleggen waarom een bepaalde configuratie veiliger, goedkoper of beter beheerbaar is dan een alternatief.
De meest effectieve volgende stap is een studieplan maken waarin elk examendomein gekoppeld wordt aan minstens één lab en één set scenario-oefeningen. Wie begeleiding wil bij die structuur kan de Azure Administrator-training van Readynez gebruiken als voorbereiding, maar dezelfde discipline blijft doorslaggevend: oefenen met echte Azure-beheertaken, officiële Microsoft Learn-informatie controleren en valkuilen rond identity, networking, governance en monitoring actief vermijden.
Krijg onbeperkte toegang tot ALLE LIVE-beveiligingscursussen onder leiding van een instructeur die je wilt - allemaal voor de prijs van minder dan één cursus.
You're viewing our Belgium (EUR) site from United States
Would you like to view the site in
English
with prices in
Dollar?