AZ-305 is het architect-examen binnen Azure, terwijl AZ-104 vooral de beheerbasis toetst; wie twijfelt of AZ-305 meteen haalbaar is, komt daarom meestal uit bij volgorde, voorkennis en voorbereidingstijd.
AZ-305 is het Microsoft-examen voor professionals die Azure-infrastructuuroplossingen willen ontwerpen op architectuurniveau. Het examen toetst minder of iemand een productnaam herkent en meer of die persoon een verdedigbare ontwerpkeuze kan maken wanneer kosten, beschikbaarheid, beveiliging, governance en bedrijfscontinuïteit met elkaar botsen.
De verwarring met AZ-104 is begrijpelijk. Volgens de certificatiestructuur van Microsoft mag een kandidaat AZ-305 afleggen zonder eerst AZ-104 te behalen. Om de Microsoft Certified: Azure Solutions Architect Expert-certificering effectief te verdienen, is AZ-305 echter niet genoeg: de kandidaat moet ook beschikken over de Azure Administrator Associate-certificering, die via AZ-104 wordt behaald.
Voor Belgische professionals is dat onderscheid belangrijk. Veel engineers en administrators werken al in hybride omgevingen, vaak met Microsoft 365, on-premises netwerken, Europese data-eisen en workloads in West Europe of North Europe. In die context kan AZ-104 helpen om de operationele basis te versterken, terwijl AZ-305 vooral vraagt of iemand een oplossing kan ontwerpen die onder realistische beperkingen blijft werken.
Een Azure Solutions Architect vertaalt bedrijfsvereisten naar een technisch ontwerp dat implementeerbaar, beheersbaar en verdedigbaar is. Dat ontwerp raakt identity, netwerkconnectiviteit, dataopslag, monitoring, disaster recovery, governance en kostencontrole. De rol ligt daardoor dichter bij besluitvorming dan bij losse configuratie.
Wie uit een andere cloud komt, bijvoorbeeld Google Cloud, zal veel concepten herkennen: regio’s, identity, networking, managed databases, observability en cost management. Toch verschilt Azure in de manier waarop tenant design, Microsoft Entra ID, subscriptions, management groups, Azure Policy en landing zones samenkomen. De officiële Microsoft Azure-documentatie blijft daarom een noodzakelijke basis, maar voor AZ-305 volstaat documentatie lezen niet.
Het examen beloont ontwerpdenken. Een architect moet kunnen uitleggen waarom een workload beter past bij App Service dan bij virtual machines, waarom een bepaalde databasekeuze beter aansluit bij latency of consistency-eisen, of waarom een actief-actief ontwerp te duur of te complex kan zijn voor de opgegeven RPO en RTO. In België en de bredere EU komen daar vaak extra lenzen bij, zoals GDPR, dataresidentie, scheiding tussen juridische entiteiten en de keuze tussen Azure-regio’s.
AZ-104 en AZ-305 meten verschillende niveaus van Azure-vaardigheid. AZ-104 kijkt vooral naar beheer: resources aanmaken, identity beheren, storage configureren, networking implementeren, monitoring gebruiken en platformonderdelen operationeel houden. AZ-305 vraagt hoe dezelfde bouwstenen worden samengebracht in een architectuur die voldoet aan zakelijke en technische vereisten.
De praktische keuze hangt af van de achtergrond van de kandidaat. Een Azure administrator die dagelijks met subscriptions, VNets, role-based access control en monitoring werkt, kan vaak rechtstreeks naar AZ-305 toewerken en AZ-104 parallel of nadien afronden voor de Expert-certificering. Een engineer met ervaring in AWS of GCP maar weinig Azure-hands-on ervaring heeft meestal baat bij eerst de AZ-104-kennisbasis, omdat AZ-305-scenario’s veronderstellen dat de kandidaat weet hoe Azure zich operationeel gedraagt.
Een nuttig beslissingsmodel is eenvoudig: wie Azure kan beheren, maar ontwerpbeslissingen wil leren onder constraints, start met AZ-305-voorbereiding. Wie Azure-concepten vooral theoretisch kent, bouwt eerst administratorvaardigheden op. Wie de officiële Solutions Architect Expert-credential wil behalen, plant beide onderdelen in, omdat AZ-104 nodig is voor het certificeringsresultaat, niet om AZ-305 zelf te mogen boeken.
AZ-305 is een expert-level examen met scenario’s waarin meerdere antwoorden technisch mogelijk lijken. De kandidaat moet het antwoord kiezen dat het best aansluit bij de gegeven vereisten. Dat kan gaan over identity en governance, dataopslag, infrastructuurontwerp of business continuity.
De oorspronkelijke domeinwegingen blijven een nuttig studiekompas, maar kandidaten moeten altijd de actuele Microsoft Learn-examenpagina controleren omdat Microsoft exam objectives kan bijwerken. De onderstaande tabel geeft de domeinen weer zoals ze in de bestaande examenbeschrijving worden gebruikt.
| Examengebied | Ruwe weging |
|---|---|
| Design Identity, Governance, and Monitoring Solutions | 25-30% |
| Design Data Storage Solutions | 25-30% |
| Design Infrastructure Solutions | 25-30% |
| Design Business Continuity Solutions | 10-15% |
De slaagscore wordt vaak weergegeven als 700 op 1000. Kandidaten kunnen verschillende vraagvormen verwachten, waaronder cases, meerkeuzevragen en scenario’s waarin informatie eerst moet worden geïnterpreteerd voordat een keuze logisch wordt. Er is geen voordeel in het benaderen van AZ-305 als een lijst van services om uit het hoofd te leren; de kern ligt in het herkennen van ontwerpafwegingen.
Een veelvoorkomende voorbereidingsfout is te veel tijd besteden aan servicekenmerken en te weinig aan referentiearchitecturen, failure modes, governance en kosten. In praktijkgerichte voorbereiding krijgt elk ontwerp daarom een Well-Architected-bril: betrouwbaarheid, beveiliging, kostenoptimalisatie, operationele uitmuntendheid en performance efficiency. Daardoor wordt duidelijk waarom een ogenschijnlijk goed antwoord toch afvalt omdat het niet past bij budget, latency, compliance of hersteldoelstellingen.
AZ-305-scenario’s zijn zelden productquizzen. Ze beschrijven een organisatie met beperkingen: bestaande identity, een hybride netwerk, databases met verschillende beschikbaarheidseisen, wettelijke beperkingen, een kostendoel of een hersteldoel na storing. Het juiste antwoord komt voort uit de beperking die het zwaarst weegt.
Bij identity gaat het bijvoorbeeld niet alleen om Microsoft Entra ID, maar om tenantstructuur, conditional access, least privilege, beheer van externe identiteiten en scheiding tussen bedrijfseenheden. In een Belgische groep met meerdere juridische entiteiten kan één tenant operationeel aantrekkelijk zijn, terwijl strikte scheiding, overnames of datasoevereiniteit aanleiding kunnen geven tot een ander model.
Bij dataopslag moet de kandidaat verder denken dan relationeel tegenover NoSQL. Een scenario kan vragen om lage latency, geo-replicatie, read-heavy workloads, versleuteling, private access of een herstelstrategie met beperkte dataverliesmarge. De beste keuze is dan de optie die het vereiste consistentieniveau, hersteldoel en beheercomplexiteit in balans brengt.
Netwerkvragen draaien vaak rond hybride connectiviteit, segmentatie, private endpoints, hub-spoke-design en gecontroleerde internettoegang. ExpressRoute kan aantrekkelijk zijn voor voorspelbare private connectiviteit, maar site-to-site VPN blijft in sommige situaties voldoende of passender. De architect moet aantonen dat de gekozen verbinding past bij betrouwbaarheid, latency, kost en operationele complexiteit.
Governance is eveneens een ontwerpdiscipline. Azure Policy is niet alleen een controlemechanisme achteraf; het helpt voorkomen dat teams resources in verkeerde regio’s maken, verplichte tags overslaan of configuraties gebruiken die niet door het beleid zijn toegestaan. In Europese omgevingen is dit nauw verbonden met dataresidentie, auditability en kostenrapportering.
Voor kosten is het verstandig om ramingen niet als een spreadsheetoefening te behandelen. De Azure Pricing Calculator helpt om aannames zichtbaar te maken, maar een architect moet ook rekening houden met reserved capacity, autoscaling, data-egress, monitoringkosten en de kost van hogere beschikbaarheid.
Een goede voorbereiding combineert theorie, hands-on werk en scenarioanalyse. Kandidaten die enkel oefenvragen maken, herkennen soms vraagpatronen maar missen de redenering achter het antwoord. Kandidaten die alleen labs volgen, kunnen dan weer moeite hebben met cases waarin tijdsdruk en subtiele constraints de doorslag geven.
Een bruikbaar studieritme bestaat uit vier fasen, met voldoende ruimte om zwakke domeinen opnieuw te bekijken.
Landing zones en Infrastructure as Code zijn daarbij meer dan extra oefenmateriaal. In enterprise Azure-omgevingen zijn management groups, subscriptions, policies, role assignments, hub-spoke-netwerken en logging vaak gestandaardiseerd. Wie die onderdelen herhaaldelijk met Bicep of Terraform uitrolt, begrijpt sneller waarom architectuurbeslissingen gevolgen hebben voor beheer, audit en kosten.
Onderstaand voorbeeld is bewust klein gehouden. Het laat zien hoe een kandidaat governance kan oefenen door tags en toegestane regio’s als ontwerpregels te behandelen in plaats van als losse portalinstellingen.
targetScope = 'subscription'
param allowedLocations array = [
'westeurope'
'northeurope'
]
resource allowedLocationsPolicy 'Microsoft.Authorization/policyDefinitions@2021-06-01' = {
name: 'be-allowed-azure-regions'
properties: {
policyType: 'Custom'
mode: 'All'
displayName: 'Allow only approved Azure regions'
policyRule: {
if: {
allOf: [
{
field: 'location'
notIn: allowedLocations
}
{
field: 'location'
notEquals: 'global'
}
]
}
then: {
effect: 'deny'
}
}
parameters: {}
}
}
De leerwaarde zit niet in de syntaxis alleen. De kandidaat ziet hoe een compliance-eis, bijvoorbeeld resources beperken tot West Europe en North Europe, wordt vertaald naar een afdwingbare ontwerpregel. In een echte landing zone zou daar nog beleid voor tagging, diagnostics, private access en budgetbewaking bij komen.
Voor wie structuur nodig heeft naast zelfstudie kan een AZ-305-training met labs helpen om objectives, scenario’s en hands-on ontwerpwerk samen te brengen. De waarde zit vooral in gerichte oefening: trade-offs onderbouwen, governance en kosten niet overslaan, en case studies oefenen zonder te vervallen in memorisatie.
AZ-305 kan via de officiële Microsoft-examenflow worden geboekt en wordt afgenomen via Pearson VUE, online of in een testcentrum waar beschikbaar. Kandidaten moeten de actuele exam page controleren voor lokale prijsinformatie, taalopties, policies en eventuele wijzigingen in levering of examenduur.
Bij een testcentrum horen identiteitscontrole en een gecontroleerde werkplek bij de procedure. Bij online proctoring is een desktop of laptop met camera en microfoon nodig; een telefoon is niet geschikt om het examen af te leggen. Een telefoon kan hoogstens een rol spelen in bepaalde check-inprocessen, afhankelijk van de instructies, maar niet als examentoestel.
Online proctoring vraagt meer voorbereiding dan sommige kandidaten verwachten. De systeemtest, kamercontrole, identiteitscontrole, regels rond breaks en het vrijmaken van het bureau kunnen timing en concentratie beïnvloeden. Daarom is het verstandig om de technische test vooraf uit te voeren en de examenomgeving te oefenen alsof het al de echte afspraak is.
Het behalen van AZ-305 bewijst dat de kandidaat Azure-architectuurvraagstukken op examenniveau kan analyseren. De Expert-certificering zelf vereist daarnaast de AZ-104-basis via Azure Administrator Associate. Dat maakt AZ-104 geen toegangspoort tot het AZ-305-examen, maar wel een onderdeel van het volledige certificeringspad.
Na het examen blijft de echte waarde afhangen van toepassing. Azure verandert regelmatig, maar de duurzame vaardigheid is het kunnen beoordelen van opties onder constraints. Een architect die ontwerpkeuzes documenteert, kostenmodellen bijwerkt, policies onderhoudt en incidenten gebruikt om architectuur te verbeteren, blijft relevanter dan iemand die alleen de examendoelen volgt.
De aanbevelingen in dit artikel zijn afgeleid van de huidige Microsoft-certificatiestructuur, de bekende AZ-305-domeinen, gangbare Azure-architectuurpraktijken en terugkerende voorbereidingsfouten bij scenario-examens. Readynez kan in die voorbereiding een rol spelen wanneer een kandidaat behoefte heeft aan begeleide labs en examengerichte structuur, maar de basis blijft hetzelfde: ontwerpvaardigheid moet zichtbaar worden in redenering en uitvoering.
Nee. AZ-104 is niet vereist om AZ-305 te mogen boeken of afleggen. AZ-104 is wel nodig om, samen met AZ-305, de Microsoft Certified: Azure Solutions Architect Expert-certificering te verdienen.
Dat is meestal geen verstandige start. Het examen veronderstelt dat de kandidaat Azure-services, identity, networking, storage, governance en monitoring voldoende kent om ontwerpkeuzes te maken. Wie weinig Azure-hands-on ervaring heeft, bouwt beter eerst administratorvaardigheden op.
Nee. Online afname vereist een geschikte desktop of laptop met camera en microfoon, naast de controles die Pearson VUE voorschrijft. Kandidaten moeten vooraf de systeemtest en de exam policies doorlopen.
De grootste fout is services memoriseren zonder ontwerpafwegingen te oefenen. Kandidaten moeten leren waarom een keuze past bij kosten, latency, security, RPO/RTO, governance en operationeel beheer.
AZ-305 vraagt om volwassen ontwerpdenken: niet de snelste configuratie, maar de keuze die onder de gegeven beperkingen het meest verdedigbaar is. AZ-104 blijft waardevol omdat architecten die de operationele basis begrijpen betere ontwerpen maken en sneller herkennen waar implementatierisico’s zitten.
De meest praktische volgende stap is een eerlijke gap-analyse: kan de kandidaat Azure al beheren, dan kan AZ-305 centraal staan; ontbreekt die basis, dan verdient AZ-104 eerst aandacht. Wie daarover wil sparren of een begeleid leerpad zoekt, kan contact opnemen met Readynez voor advies zonder de kernvraag uit het oog te verliezen: welke vaardigheden zijn nodig om betere Azure-architecturen te ontwerpen?
Krijg onbeperkte toegang tot ALLE LIVE Microsoft-cursussen onder leiding van een instructeur die u wilt - allemaal voor de prijs van minder dan één cursus.
You're viewing our Belgium (EUR) site from United States
Would you like to view the site in
English
with prices in
Dollar?